De herdrukken van de eerste postzegels van Nederland werden gemaakt door Joh. A. Moesman in 1895 te Utrecht. De meeste eerste emissie verzamelaars hebben deze herdrukken nooit serieus genomen omdat het geen postzegels zijn dus niet filatelistisch maar maakwerk. Slechts één verzamelaar heeft een collectie opgebouwd met hoofdzakelijk Moesman herdrukken. Dat was de oud-voorzitter van de Contact- en Studiegroep eerste emissie 1852 Nederland de heer Frans Warmenhoven. Na zijn overlijden heeft hij zijn collectie herdrukken, die o.a. bestond uit complete vellen in diverse kleuren, geschonken aan het Museum van Communicatie te Den Haag.
Moesman.
Johannes Anthonius Moesman, geboren op 25 december 1859 te Utrecht en aldaar overleden op 9 januari 1937, had omstreeks 1895 een steendrukkerij aan het Neude 7 te Utrecht en was tevens werkzaam bij de "Stoomdrukkerij De Industrie" in de Voorstraat 90. In 1881 werd Moesman lid van het Genootschap Kunstliefde, een Utrechtse vereniging van kunstenaars. Daarbuiten was hij tevens ook een verdienstelijk amateurfotograaf, illustrator, lithograaf en tekenaar. Zijn werkzame leven was in de periode van ca. 1874 tot 1937. Zijn vader, Arnoldus Cornelis Moesman, woonde in de Voorstraat 9 te Utrecht en had aldaar een boek- en papierhandel.
Invoering eerste postzegels van Nederland.
Koning Willem II benoemd in maart 1848 J.R. Thorbecke als voorzitter van de grondwetscommissie. De grondwetscommissie heeft als taak het ontwerpen van een liberale grondwet. Onder het kabinet Thorbecke 1849-1853 werd in november 1849 een ontwerpwet ingediend voor herziening van de briefport regeling. Op 11 maart 1850 werd het wetsvoorstel voor de nieuwe postwet in behandeling genomen die tot stand was gekomen onderleiding van de Minister van Financiën, Pieter Philip van Bosse. In het wetsvoorstel stond dat per 1 januari 1851 de vooruitbetaling van het port ook met postzegels kon geschieden.
Op 14 maart 1850 werd het wetsontwerp voor de nieuwe postwet met 47 stemmen voor en 17 tegen door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer nam het wetsvoorstel aan op 12 april 1850 met 25 stemmen voor en 6 tegen.
Al snel bleek dat het niet haalbaar was per 1 januari 1851 het port met postzegels te kunnen betalen. In oktober 1850 was er overeenstemming in de Kamer dat het wetsontwerp een verlenging kreeg van de termijn tot 1 januari 1852.
Een aantal belangrijke aspecten van de nieuwe postwet waren:
-
Uitgifte van postzegels per 1 januari 1852.
-
Eenvoudiger tariefstelsel naar gewicht en afstand.
-
Vrijwillig vooruitbetalen van het port door middel van postzegels.
-
Inrichting van de postadministratie.
-
In iedere gemeente moest een postkantoor of hulpkantoor worden gevestigd.
-
Het plaatsen van brievenbussen.
-
Namaken of vervalsen van postzegels was strafbaar.
-
De Staat der Nederlanden had het alleen recht op aanmaak van postzegels.
Aanmaak van postzegels.
In 1851 was de eerste levering van 7 stuks stalen drukplaten. In 1858 de tweede levering van 4 stuks en in 1861 de derde levering van nog eens 6 stuks waarvan er maar 4 zijn gebruikt voor de eerste emissie. In totaal zijn er 17 platen aangeschaft waarvan er 15 zijn gebruikt. Daarvan zijn 2 platen hergebruikt (plaat I van de 10 cent en plaat II van de 5 cent) d.m.v. afslijpen en opnieuw polijsten. Plaat I van de 10 cent is hergebruikt voor de plaat IV van de 10 cent die vervolgens in 1895 bij Moesman terecht kwam. De stalen drukplaten waren afkomstig uit Engeland. De nog ongeharde stalen drukplaten hadden een afmeting van: 280mm. lang x 255mm. breed en 20mm. dik.
Johann Wilhelm Kaiser graveerde de beeltenis in spiegelbeeld van Koning Willem III op een zacht stalen stempelplaat, zonder waarde inschrift. De stalenstempel werd gehard waardoor een staalgravure ontstond. Jacob Wiener, graveur van beroep en wonende te Brussel, had in 1849 de eerste Belgische postzegels gegraveerd en tevens de drukplaten vervaardigd. Door zijn specialistische kennis op dit gebied werd hij benaderd voor de vervaardiging van de eerste postzegels van Nederland. De werkzaamheden vonden plaats bij ’s Rijks Munt te Utrecht. Door Wiener werd op een nog zachte transferrol elke beeltenis apart ingewiegd d.m.v. het heen en weer rollen van de transferrol over de staalgravure terwijl de druk langzaam verhoogd werd. Zo ontstond een bas-reliëf beeltenis die precies past in de staalgravure. De beeltenis van de staalgravure werd 4 maal overgebracht op de transferrol. Daarna werd deze transferrol gehard. Door Wiener werden drie beeltenissen met de transferrol overgebracht op drie zachte stempelplaten. Kaiser graveerde de waarde inschriften 5, 10 en 15 cent op de 3 stalen stempelplaten die daarna gehard werden door Wiener. Daarna werd door Wiener voor iedere waarde één transferrol aangemaakt zoals beschreven in voorgaand proces en daarna gehard. Wiener vervaardigden met behulp van een transfermachine voor elke waarde één stalendrukplaat dit in samenwerking met twee stempelsnijders van ’s Rijks Munt. Met de transfermachine werden de zegelbeelden stuk voor stuk in lengte richting op de nog zachte drukplaat ingewiegd. De zegelbeelden waren dus in spiegelbeeld op de drukplaat weergegeven. De nog zacht stalendrukplaat werd, waarnodig geretoucheerd, en daarna gehard. Indien na het harden alsnog enige onregelmatigheden in de gravure werden ontdekt moest de drukplaat onthard worden, daarna retoucheren, om vervolgens opnieuw te harden.
De overige 4 stalen platen werden in reserve gehouden. In totaal werden voor de eerste emissie 17 drukplaten gemaakt en 1 lesplaat van de 10 cent (plaat IA) om de opvolgers van Wiener in de gelegenheid te stellen het vakmanschap eigen te maken.
Oplagen en aantal platen.
-
5 cent, 6 drukplaten waarvan 208.750 vellen postzegels zijn gedrukt.
-
10 cent, 10 drukplaten waarvan 170.441 vellen postzegels zijn gedrukt.
-
15 cent, 1 drukplaat waarvan 23.837 vellen postzegels zijn gedrukt.
In de periode van eind 1851 tot eind 1863 zijn in totaal 403.028 vellen postzegels gedrukt.
Moesman herdrukken.
De herdrukken met waarde 10 cent in diverse kleuren zijn allemaal afkomstig van plaat IV. De gebruiksperiode van deze plaat was van oktober 1855 tot december 1856. In die periode werden 21.000 vellen postzegels gedrukt van plaat IV. De toen versleten plaat IV is tezamen met anderen drukplaten achter gebleven in de postzegelfabriek van ’s Rijks Munt te Utrecht. Tijdens opruimingswerkzaamheden bij de Munt in 1894 werden diverse versleten drukplaten teruggevonden. Deze werden verkocht aan een smid, de heer TH. M. Verminnen, onder strikte voorwaarden dat de platen uitsluitend gebruikt mochten worden ter vervaardiging van beitels en andere soorten gereedschappen.
De postzegels van plaat IV zijn op de volgende punten te onderscheiden t.o.v. van herdrukken:
-
Postzegels hebben een watermerk (posthoorn), herdrukken hebben geen watermerk.
-
Postzegels zijn gedrukt op handgeschept papier, herdruk zijn gedrukt op machinaalpapier.
-
Bij de postzegels zijn de zegelbeelden onbeschadigd, bij de herdrukken is dat duidelijk niet het geval waardoor er incomplete zegelbeelden ontstaan. De kenmerken van de postzegels zijn veelal niet meer zichtbaar op de herdrukken.
-
Postzegels hebben een scherpere afdruk dan herdrukken. Bij de herdrukken zijn vele kleurvegen rondom het zegelbeeld zichtbaar. Bij de herdrukken is het papier getint in de kleur van de herdruk.

Postzegel en Moesman herdruk, plaat IV pos. 12
Moesman was een postzegelverzamelaar en lid van de in 1884 opgerichte Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars. Moesman is te weten gekomen dat de smid de versleten drukplaten van ‘s Rijks Munt had gekocht. Hij wist de smid over te halen dat hij één drukplaat kon kopen, dit geheel tegen de voorwaarde in die de Munt had gemaakt met de smid. En dat was plaat IV van de 10 cent. Moesman heeft de versleten beschadigde drukplaat schoongemaakt om zo nog redelijke afdrukken van deze plaat te kunnen vervaardigden. Deze herdrukken verkocht hij weer voor een prijs van 75 cent per stuk.
Op enkele herdrukken heeft Moesman op de achterzijde gedrukt of gestempeld:

De Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars kwam dit te weten en besloot Joh. A. Moesman op 26 juni 1895 te royeren als lid.
Moesman had ondertussen niet stilgezeten en had herdrukken gemaakt op diverse soorten papier zonder watermerk in diverse kleuren. Bekende papier soorten zijn:
- dun papier
- dik papier
- karton
- krantenpapier
- speelkaartenkarton
De diverse bekende kleuren van de herdrukken zijn:
- geel
- roodoranje
- rood
- roodbruin
- karmijnrose
- bruin
- donkerbruin
- groen
- grijsachtiggroen
- lichtblauw
- blauw
- donkerblauw
- grijs
- zwart (tevens op krantenpapier)

oranjerood - rood - roodbruin

karmijnrose - bruin - donkerbruin

groen - grijsachtiggroen - lichtblauw

blauw - donkerblauw - grijs

zwart - zwart op krantenpapier
Moesman verstuurde ook poststukken die hij meestal aan zichzelf adresseerde. Deze waren voorzien van eigen vervaardigde herdrukken die gebruikt werden als postzegels voor frankering.
Bij mijn weten zijn er nog slechts enkele brieven en 1 briefkaart bekend. In de collectie van het Museum van Communicatie zijn 2 brieven aanwezig, één brief met een oranje herdruk en één brief met een groene herdruk. Mij is ook nog een brief bekend met een donkerrode herdruk en een briefstukje met een donkerblauwe herdruk. Al deze brieven zijn in de periode van 4 tot 6 januari 1896 afgestempeld met het grootrondstempel Utrecht.
Een brief die Moesman verstuurde aan zijn vader met grootrondstempel 4 jan 1896 Utrecht.
Ook vervaardigde Moesman "bericht-kaarten" met op voorzijde gedrukt een afbeelding van een herdruk. De bericht-kaarten werden als drukwerk verzonden en voorzien van echte postzegels met waarde 1 cent. Op de achterzijde stond een waarschuwing dat door de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars verspreidde kwartvellen van de nadrukken in groen geen afdrukken waren van de originele plaat maar een reproducties. Deze reproducties hadden geen waarde. Moesman bood tevens met deze kaarten zijn "zegels" aan voor de prijs á 75 cent per stuk. Deze "bericht-kaarten" verstuurde hij voornamelijk aan leden van de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars gezien de voorgedrukte tekst op voorzijde "Lid der Ned. Ver. v. Postz. verzam.".
Het conflict met de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars kwam zijn handel blijkbaar niet ten goede gezien het versturen van deze bericht-kaarten en de waarschuwende tekst op de achterzijde:
"WAARSCHUWING !
Weled. Heer
Het door de Nederl. Ver. v. Postz. Verz. Verspreide ¼ vel
1e Em. Nederl. 10 ct onder de naam van afdruk van
Origineele Plaat is NIET van de Orgineele plaat
gedrukt, doch eene reproductie, dus geheel waar-
deloos, evenals alle afbeeldingen van zegels.
Noch eenige ECHTE afdrukken der origineele plaat
te bekomen bij ondergeteekende á 75 ct per stuk, franco
na ontvangst van bedrag.
JOH. A. MOESMAN
Neude 7 UTRECHT"

Voorzijde van bericht-kaart met grootrondstempel 12 oktober 1896

Achterzijde van bericht-kaart met waarschuwde tekst
De Moesman herdrukken uit 1895 zijn dus afdrukken van de oorspronkelijke drukplaat waar destijds (1855-1856) de originele postzegels van gedrukt zijn. De herdrukken zijn nooit door de postadministratie erkend of goedgekeurd als zijnde geldige postzegels waarmee gefrankeerd kon worden.
De oplagen van de herdrukken van Moesman zijn nooit bekend geworden. Gezien het aanbod van herdrukken in de afgelopen decennia bij de postzegelveilingen en de geschonken collectie in het Museum van Communicatie te Den Haag zullen het waarschijnlijk meerdere vellen per kleur zijn. De rode en donkerrode kleur komt het meeste voor. Op postzegelveilingen kom je herdrukken soms tegen meestal in eenheden of paren daarentegen zijn losse zegels schaars. De waarde is moeilijk te bepalen omdat het feitelijk geen echte postzegels zijn. De prijzen van de herdrukken worden dan ook voornamelijk bepaald door vraag en aanbod. Officieel gelopen poststukken gefrankeerd met een Moesman herdruk en voorzien van grootrondstempel Utrecht zijn zeldzaam. Door de zeldzaamheid doen deze poststukken wellicht hogere prijzen als de herdrukken.
De herdrukken zijn wel opgenomen in de proeven catalogus van Van Dieten uit 1988. Naar mijn mening staan ze daar onterecht in vermeld omdat het geen proeven zijn en ook geen postzegels. Verstandig genoeg heeft Van Dieten er geen prijzen bijgezet.
Moesman nadrukken.
Omstreeks 1894 heeft Moesman nadrukken vervaardigd op wit dikpapier van de 10 cent waarde in de kleur groen. Deze zijn lithografisch gedrukt en op de achterzijde is ter hoogte van ieder zegelbeeld diagonaal het woord "NADRUK." in zwart gedrukt. Een vel van de nadrukken bestaat uit een blok van 25 zegelbeelden (tweede kwadrant positienummers 26 t/m 50). Met de uitgave van het "Standaardwerk over de Postwaarden van Nederland en zijne Koloniën" in 1894 heeft Moesman voor deze bijzondere gelegenheid een speciale "premie-plaat" gedrukt van de nadrukken en deze laten toevoegen aan het Standaardwerk. Aan de bovenzijde van de "premie-plaat" staat een tekst gedrukt: "Premie-plaat bij het Standaardwerk over de Postwaarden van Nederland en zijne Koloniën". Aan de onderzijde staat een tekst gedrukt: "Afdruk van de origineele plaat der Zegels van de eerste uitgifte Van Nederland (Voor dit doel bereidwillig afgestaan.)". Deze nadrukken vertegenwoordigen geen waarde.

voor- en achterzijde van de nadrukken
In 1926 heeft Moesman ter gelegenheid van de 17e Nederlandse Philatelistendag te Utrecht nog een "gelegenheidspoststuk" vervaardigd. Op de voorzijde van het poststuk is een lithografische nadruk in rood van de 10 cent waarde geplakt. De nadruk is afgestempeld met een namaak halfrondstempel K57 van Utrecht met datum 4-9-1926. Tevens is lithografisch gedrukt of gestempeld in rood, "Na Posttijd" cursief K126 en gebroken ringstempel K65 Utrecht met datum 4-9-1926.

Poststuk ter gelegenheid van de 17e Philatelistendag Utrecht
Op de achterzijde een (gelegenheids)afstempeling in zwart van de XVII Ned. Philatelistendag, Utrecht, 4-9-1926.

afstempeling op achterzijde
Deze gelegenheidspoststukken vertegenwoordigen eveneens geen waarde.
Gezien het feit dat namaak of vervalsen van postzegels strafbaar was en de Staat der Nederlanden het alleenrecht had op drukken van postzegels heeft Moesman dat toch niet weerhouden om zijn "illegale" herdrukken onder zijn eigen naam uit te geven. Of hij met het vervaardigen van deze herdrukken in aanraking is gekomen met Justitie is mij niet bekend.
Bronvermelding:
Afbeelding staalgravure zonder waarde inschrift - Particuliere verzameling.
Afbeelding van brief 1896 met donkerrode herdruk - Nederlandsche Postzegelveiling te Weesp.
Basis informatie voor dit artikel aangaande de Moesman herdrukken 1895 en afbeeldingen van de bericht-kaart is afkomstig uit de Jubileumcatalogus Phila-Thema '92 te Huizen, blz. 36 t/m 40 door: Hans Caarls en Frans Warmenhoven.












Aanmelden voor RSS Feed